Rozenhof biedt een warm bad
Voor de rubriek Over de tong gaan een culinair deskundige en een verslaggever van De Gelderlander wekelijks anoniem uit eten in een restaurant in de regio. Ons ‘eetteam’ velt op deze plek zijn oordeel. Deze week: restaurant Rozenhof in Heilig Landstichting.
door Dorine Steenbergen
Een rare naam, een unieke ontstaansgeschiedenis. Heilig Landstichting, aan de oostkant van Nijmegen, bestaat pas sinds begin vorige eeuw. Met straten die namen dragen als Moses en Aaronlaan, Profetenlaan en Petruslaan. Het vreemde dorp, begin vorige eeuw ontstaan rond Het Bijbels Openluchtmuseum (thans Museumpark Orientalis), kreeg in de jaren negentig landelijke bekendheid omdat Emily Bremers er vandaan kwam, een van de geliefden van Willem Alexander.
De straatnaam van ons culinaire doel van vanavond, Hostellerie Rozenhof, is heel wat prozaïscher: Nijmeegsebaan. Rozenhof heet deze uitspanning al sinds mensenheugenis. Ooit at ik hier met vader en moeder toen ik m’n onderwijzeressendiploma had behaald.
Sindsdien ben ik er nooit meer binnen geweest maar bij het passeren van Rozenhof komt die nostalgie altijd weer even boven.
Binnen wacht een sfeervol, intiem interieur bestaande uit met wit linnen gedekte ruime tafels en deels van glas-in-lood voorziene ramen die uitzien op het groen dat Heilig Landstichting omringt. De kroonluchters maken het af.
Mijn tafelheer zit al te wachten achter een pilsje (€2,80) en ik laat me een koel glas Chileense chardonnay-sauvignon (€4) brengen alsmede een karaf kraanwater (€ 0). De bediening, een jongeman en een oudere heer, zorgt direct voor een prettige sfeer. Ze zijn vriendelijk en ongekunsteld en – welhaast een unicum tegenwoordig – beheersen de u-aanspreekvorm. De horecakenner zit goedkeurend om zich heen te kijken.
„Smaakvol, voor een hotel”, stelt hij vast. „Reataurant bij hotels zijn doorgaans alleen maar ingesteld op de gasten. Vaak ogen ze ook niet gezellig. Maar dit is een gunstige uitzondering.” Voor zover we kunnen inschatten zitten er maar twee hotelgasten te eten. Aan een grote tafel heeft een omvangrijk gezelschap oudere heren plaatsgenomen met een enkele dame. Er wordt beschaafd gekeuveld. Zou best een Lionsclub kunnen zijn.
Mijn gezelschap is lovend over de gerokte tafels. Ik verslik me bijna in m’n wijn. Die term is nieuw voor mij. Lang wit tafellinnen dat tot op de grond hangt, legt hij uit. Maar zijn argusoog ziet ook iets wat niet deugt. „De rok rond dat opdientafeltje tegen de muur zit vol vlekken.”
Ik ben, na een blik op de klassieke menukaart die voor de vegetariër helemaal niets in petto heeft, weer verplicht om met mijn bekende coming out over de brug te komen. Geen énkel punt, verzekert de ober ruimhartig, de kok heeft een driegangen vegetarisch menu (€ 30,50) achter de hand. ‘ Zet dat dan op de kaart’, denk ik bij mezelf.
Wachtend op ons voorgerecht krijgen we een smakelijke amuse voorgezet. Voor mij een rolletje sushi- achtige groente, voor de ander krokante oester met paling-appelsalade. Mijn tafelheer steekt vervolgens van wal met gebakken kalfszwezerik met granny smith en tartaar van champignons, voorzien van Calvadossaus en gepofte kaantjes (€14,50). „Goed van smaak, krokant gebakken, alleen een beetje flauw.” Ondertussen zit hij fronsend mijn salade met tempura van groene asperges en een chutney van abrikoos te bestuderen. „Dat is geen tempura”, klinkt het streng. „Tempura krijg je door de groente door een meelpapje te halen en dan te frituren. Zo ontstaat er een krokant jasje. Om die asperges van jou zit breadcrum, broodkruimels dus.” Kan best waar zijn, maar mij stoort het niet.
Mijn hoofdgerecht bestaat uit een taartje van pastinaak en bospeen met waterkerssaus en gepofte trostomaatjes. Het oogt fraai, is buitengewoon smakelijk, had alleen flink warmer gemogen. Nu lijkt het alsof het inderhaast is ontdooid.
De overzijde heeft gebakken tarbotfilet met gestoofde venkel en een saus van Hollandse garnalen. De beloofde tempura van gamba blijkt ook hier weer breadcrum te zijn. „ De kok moet z’n boeken er eens op naslaan”, meent de kenner. De vis vindt ie, nadat hij het huidje er af heeft gepeld, heerlijk, „al had ie ietsje minder lang gebakken mogen zijn”. „Jammer van die huid trouwens. Had op de vis in de pan iets zwaars gelegd en de huid was dan mooi knapperig en eetbaar geworden.”
De oudere ober die zich ontpopt als sommelier, heeft ons beiden een chardonnay reserve 2008 uit Argentinië (à €5) geadviseerd – „lekker, met een beetje houttonen erin” – die uit de kunst smaakt bij ons hoofdmaal.
Tot besluit kiest mijn tafelheer luchtige tiramisu met vanille-ijs en granité van espresso. Daar mankeert niets aan, alleen is het kloddertje mascarpone op zijn bord helemaal puur natuur, dus niet aangemaakt. „Daar zie ik de lol niet van in”, zegt hij zuinigjes. Ik smul van mousse van hazelnoot, crème van Baileys met amandel-bitterkoekjesparfait en coulis van vanille en Tonkabonen. Als ik daar ook nog een heerlijke dessertwijn in de vorm van een Rosewood chambers muscat bij mag nippen, ben ik helemaal gelukkig en krijg zin om hier een nachtje te blijven hangen ten einde me nog wat langer te koesteren in dit warme bad.
Maar de koffie, met voor zover te beoordelen huisgemaakte friandises (à €4), verjaagt die fantasie en buiten lonkt m’n fiets voor de frisse tocht huiswaarts.
Als we bij het voldoen van de rekening vertellen wat wij hier zijn wezen doen, blijkt dat onze under cover allang is doorgeprikt. „We hadden het door”, zegt de gastheer met een brede grijns. Hij had er kok/eigenaar Marcel Vermeulen bijgehaald die ons door een glazen ruitje discreet had begluurd. Dat zorgt voor een hoop plezier. Gezellige tent, Rozenhof.
Restaurant Rozenhof in de rubriek Over de tong van De Gelderlander.
http://geniet.gelderlander.nl/culinair/rozenhof-biedt-een-warm-bad
Museumpark Orientalis neemt u mee in een reis door de wereld van de drie Heilige Boeken....
Vanaf vandaag kunt u genieten van Serafijn, het witbier van Stadsbrouwerij de Hemel. Ook heerlijk...